Het verhoor
klucht
Dramatis personae
Oude man
Gangster 1
Gangster 2
Vader Langbaard
Decor
Midden op het toneel staan een tafel en stoel. Op een hoek van de tafel staat een bureaulamp.
De twee gangsters komen rechts op met tussen hen in de oude man. Hij draagt enkel een onderbroek en hemd, is ongeschoren en oogt verward en angstig. De gangsters duwen hem op de stoel, klikken de bureaulamp aan en richten die op zijn gezicht. Hij wendt het hoofd af en knippert met zijn ogen, maar de gangsters draaien zijn gezicht bruusk terug naar het licht.
Gangster 1: [agressief] Zeg op, waar heb je hem voor het laatst gezien?
Gangster 2: [slaat de oude man met de vlakke hand in het gezicht] Je wéét waar hij is. We zijn wel vriendelijk, maar niet dom.
De gangsters lachen. Gangster 1 brengt zijn gezicht dichtbij dat van de oude man. Gangster 2 volgt zijn voorbeeld.
Gangster 1: We krijgen het er wel uit, maak je geen zorgen. Watjes als jij hebben we zo leeggeschud, let maar op. [neemt een hamer uit de binnenzak van zijn jasje] Hand op tafel!
De oude man begint te jammeren en legt aarzelend zijn hand op het tafelblad.
Gangster 2: Spreiden die vingers!
Gangster 1 slaat met de hamer op het tafelblad. De oude man schreeuwt van angst. De gangsters lachen.
Gangster 1: De volgende is op je pink. [dreigt met de hamer] Geloof me, je gaat praten, ouwe.
Gangster 2: Waar heb je hem gezien?
Gangster 1: Zeg op, [slaat nogmaals met de hamer op de tafel] wáár?
De oude man begint te snikken. Gangster 1 buigt zich weer naar hem toe.
Gangster 1: [lieflijk] Als je het ons vertelt, laten we je vrij.
Gangster 2: [mept de oude man weer in het gezicht, zachter nu] Ik zei het toch: we zijn vrien-de-lijk!
Gangster 1: Precies. Ik hóéf je vingers niet een voor een te verbrijzelen. Maar als je het vertikt te praten, tsja, dan… [fluisterend] Toe maar, je kunt het, ouwe. Waar?
Lange stilte. De oude man bijt op zijn onderlip, richt zijn betraande blik naar boven en wiebelt onrustig op zijn stoel.
Oude man: Op… op… op een paddenstoel.
Gangster 1: [aait zijn hamer] Zo, zo. En hoe zag die paddenstoel eruit?
Gangster 2: Dat wil ik ook weleens weten.
Oude man: Gr… gr… groot.
Gangster 2: En welke kleur had die paddenstoel?
Gangster 1: Dat wil mijn hamer ook weleens weten!
Oude man: Hij… hij was rood.
Gangster 1: [slaat met de hamer op tafel] Bullshit! Een egaal rode paddenstoel? Laat me niet lachen!
Gangster 2: Nee, daar heb ik ook nog nooit van gehoord!
Oude man: [snikkend] Rood met witte stippen! Hij was rood met witte stippen! Ik zweer het!
Gangster 1: [tegen gangster 2] Hij zweert het.
Gangster 1 begint over het podium heen en weer te lopen. Gangster 2 blijft naast de oude man staan en kijkt hem strak aan.
Gangster 1: En wat zat hij daar te doen, op die rode paddenstoel met witte stippen?
Gangster 2: Ja, wat zat hij daar te doen?
Oude man: Hij zat… te wippen.
Gangsters: [schieten in de lach en zeggen in koor] Wippen?
Gangster 1: Hoe bedoel je wippen?
Gangster 2: Ja, hoe bedoel je, wippen?
Oude man: Heen en weer. Hij zat… heen en weer te wippen.
Gangster 1: [komt weer naast de oude man staan en zegt geamuseerd] Doe eens voor.
Gangster 2: Ja, doe eens voor.
De oude man beweegt zijn bovenlijf enkele keren naar voor en naar achter.
Gangster 1: Noem jij dat wippen?
Gangster 2: Ja, noem jij dat wippen?
Gangster 1: [tegen gangster 2] Praat me niet de hele tijd na, godverdomme!
Gangster 2: Sorry, ik…
Gangster 1: [slaat plotseling met de hamer op tafel en roept in het gezicht van de oude man] Mijn geduld raakt op, opa. Je vertelt nú het hele verhaal, anders sla ik die benige tengels van je tot moes.
Oude man: Hij zat op die paddenstoel heen en weer te wippen… En toen zei die paddenstoel iets.
Gangster 1: [met ingehouden woede] Een pratende paddenstoel?
Gangster 2: En wat zei die paddenstoel dan, volgens jou?
Oude man: [zuchtend] ‘Krak!’
Gangster 2: Zó, met een diepe zucht?
Oude man: [knikt] Echt waar.
Gangster 1: En wat gebeurde er met hém?
Oude man: Hij vloog door de lucht.
Gangster 1 smijt de hamer weg en trekt een pistool. Hij neemt de hals van de oude man in de houdgreep en zet het pistool tegen zijn hoofd. Gangster 2 schrikt en doet een stap achteruit.
Gangster 1: [briesend] Pratende paddenstoelen, vliegende kabouters! Mij neem je niet in de maling, godverdomme!
Oude man: [snikkend] Nee, niet schieten, alsjeblieft! Ik zweer je dat het zo is gegaan! Zijn beentjes…. Zijn beentjes vlogen door de lucht!
Gangster 1 houdt de gevangene in de houdgreep. Rechts op het toneel komt Vader Langbaard met trage en waardige pas op, maar gangster 1 ziet hem nog niet. Gangster 2 loopt voorzichtig op gangster 1 af, tikt hem op zijn schouder en wijst naar Vader Langbaard.
Gangster 2: [kucht]
Gangster 1: [woedend, zonder op te kijken] Nee, laat mij dit afhandelen!
Gangster 2: [kucht nadrukkelijker en wijst nogmaals]
Gangster 1: [kijkt op, schrikt en laat de oude man los.]
Vader Langbaard: [met dreunende stem] Wat moet dat hier?
Gangster 1: [verbouwereerd] We voeren het verhoor uit, Vader Langbaard, zoals u ons heeft opgedragen.
Vader Langbaard: Dat hoor ik, ja! Het hele bos kan ervan meegenieten! Kan een oude kabouter als ik dan nooit eens rustig een dutje bij de openhaard doen?
Gangster 1: Sorry, baas.
Vader Langbaard: [maakt een wegwerpgebaar]. Vertel me liever of al dat kabaal wat heeft opgeleverd.
Gangster 2 stapt naar voren met opgeheven borst.
Gangster 2: De gevangene beweert dat hij de verdachte voor het laatst heeft gezien op een grote paddenstoel.
Vader Langbaard: Als ik het niet dacht... Wat voor een paddenstoel?
Gangster 1: Een grote!
Gangster 2: Een rode!
Gangster 1: Met witte stippen!
Vader Langbaard: En wat zat hij op die paddenstoel te doen?
Gangsters: [in koor] Wippen.
Vader Langbaard: Wippen? Maar hoe…?
Oude man: [beweegt zijn bovenlijf naar voor en achter en zegt zachtjes] Zo, Vader. Heen en weer.
Vader Langbaard: [kijkt nu voor het eerst naar de oude man] Juist. En toen?
Oude man: Toen zei de paddenstoel...
Vader Langbaard: Wacht, laat me raden: [zuchtend] ‘Krak’?
Oude man: Precies. Hij viel er zo vanaf, ik zag zijn beentjes door de lucht vliegen.
Vader Langbaard: En heb je gezien waar hij toen naartoe vluchtte?
Oude man: Dieper het bos in, Vader.
Vader Langbaard: [knikt in gedachten verzonken, loopt naar de toneelrand en tuurt over de hoofden van het publiek de zaal in] Ach, hoeveel van mijn dierbare paddenstoelen heeft die ellendeling al niet vernield, met zijn gewip! Nooit heb ik hem kunnen betrappen… Maar morgen, morgen zal ik hem bij de lurven van zijn tuniek grijpen, zowaar ik Vader Langbaard heet! [Hij loopt terug naar de tafel en klikt de bureaulamp uit.] Ik weet genoeg, [tegen de oude man] je bent vrij.
De oude man komt moeizaam overeind en schuifelt links het toneel af. Vader Langbaard gebaart naar de gangsters dat ze naar hem toe moeten komen en omhelst ze een voor een.
Vader Langbaard: Kom, mannen, dan gaan we bij het haardvuur zitten. Jullie hebben een lekker stuk kersentaart verdiend. En daarna gaan we op tijd naar bed, want morgen wordt een lange dag. We gaan op jacht! Die verdomde Spillebeen kan nooit ver zijn.
Vader Langbaard en de gangsters gaan rechts af. Vlak voordat de gordijnen dichtvallen, steekt de oude man zijn hoofd naar buiten door de kier en steekt grijnzend zijn duim op naar het publiek. Hij draagt een rode puntmuts.


